Was het maar waar

di 4 feb | 20 uur

All Watched Over by Machines of Loving Grace | Ezra Veldhuis & Bosse Provoost

schipperen tussen utopie en scepsis

tekst interview: Lien Vanreusel

In zijn idealistische gedicht ‘All Watched Over by Machines of Loving Grace’ schetste Richard Brautigan een vredevolle wereld waarin natuur en technologie hand in hand gaan. Zestig jaar later kunnen we alleen maar lachen om zoveel argeloosheid. Of moeten we het idee een nieuwe kans geven? Beeldend kunstenaar Ezra Veldhuis en podiumkunstenaar Bosse Provoost dompelen je onder in een hypnotiserende dansvoorstelling op het snijvlak van theater, performance en installatiekunst.

“Wat zou er gebeuren als
we het gedicht ernstig nemen?”

Lees het gedicht

Het gedicht van Richard Brautigan getuigt van een ongelofelijke, maar heerlijke naïviteit. Of was het ironie?


Ezra: “Dat was precies de vraag die we ons stelden, omdat we het door de bril van vandaag lazen. Maar Brautigan bedoelde het werkelijk als een utopie. Hij maakte deel uit van een techno-utopische stroming die geloofde dat de technologie alles in balans zou brengen. De progressieve droom bevrijd te worden van arbeid, was in de jaren zestig springlevend. Vandaag beleven we een soort verwerkelijking van de wereld in zijn gedicht, maar die is allesbehalve in balans. De technologie is er, en we hebben er veel aan. Maar de belangrijkste vraag is toch: wie bezit die machines? Ik vond het heel gek dat ze niet werd gesteld, maar ze was toen niet relevant. Misschien was er gewoon een groot vertrouwen in de verdere uitbouw van de welvaartsstaat? NASA, een van de grootste wetenschappelijke projecten, was een staatsproject. Staten waren de grote investeerders in nieuwe technologieën. Vandaag wordt AI bijna uitsluitend door privébedrijven ontwikkeld, en NASA heeft Space X nodig om nog tot de maan te geraken.”
 

Bosse: “Antropoloog David Graeber (bekend van de Occupy-beweging en van boeken als The Dawn of Everything en Bullshit Jobs) gaf een interessante lezing die je op YouTube kunt bekijken: On Bureaucratic Technologies and the Future as Dream-Time. Volgens hem zorgden veel technologieën in de jaren 50 en 60 voor concrete verbeteringen qua productiviteit en arbeidsomstandigheden, maar zagen we vanaf de jaren 80 vooral financiële en bureaucratische innovaties die nooit tot een echte vermindering van werk hebben geleid. Daar rekent hij trouwens ook het internet bij! 

Het vooruitgangsidee leefde ook sterk in de psychedelisch geïnspireerde hippiebeweging in Californië. Er loopt een rechtstreeks lijntje naar de grote dromen van Silicon Valley. Denk maar aan Steve Jobs, die stelde dat Apple nooit mogelijk was geweest zonder zijn LSD-trips. Die psychedelische cultuur hebben we in ons stuk proberen mee te nemen in het gebruik van het licht, het geluid, hoe de performers alles lijken te beleven en de tijdservaring van de toeschouwers. 

Adam Curtis waarschuwt in zijn gelijknamige documentairereeks All Watched Over by Machines of Loving Grace dan weer sterk voor de gevaren van utopische dromen die een individu, een samenleving of een ecosysteem voorstellen als een berekenbaar iets (en dus iets waar aan gemorreld kan worden om het gewenste resultaat te bereiken).”

Laura Van Severen

Zelf schipperen jullie in de voorstelling tussen utopie en scepsis.
 

Bosse: “Wat zou er gebeuren als we het gedicht ernstig nemen? We probeerden uit te zoeken of er in die utopie, in die dromen, toch iets vruchtbaars te vinden is. We wilden niet enkel sceptisch zijn - al vertelt ons gevoel ons wat anders.
 

We gebruiken Brautigans gedicht als een prisma om naar de voorstelling te kijken. Je ziet hoe drie figuren door verschillende dubbelzinnige fysieke, emotionele staten gaan, in een scenografie die refereert aan de ‘cybernetische weide’ uit het gedicht. Af en toe oogt het heel vrij, op andere momenten voelt het dwangmatiger.”
 

Jullie begeven je op het snijvlak van theater, performance en installatiekunst.


Bosse: “Op dit moment werken we aan een installatieperformance waar geen performer meer aanwezig is. We doen een beroep op de zwervende blik van de toeschouwer. Misschien zal die zelf een rol opnemen in de ruimte - daarom noemen we het installatiekunst. In plaats van één coherent narratief brengen we heterogene elementen samen. Dat prikkelt onze verbeelding.”
 

Ezra: “All Watched Over by Machines of Loving Grace is wél een echte voorstelling, waarin we met de conventies van het theater spelen. Zo zitten de performers eerst in de
tribune, omdat we het leuk vinden een ander perspectief te gebruiken. Aan de hand van muziek maken we de tijd op een andere manier ervaarbaar. Met oude theaterspots en ledlampen creëren we een kunstmatige zonsopgang enzonsondergang. We spelen met het contrast tussen het synthetische effect van de ledverlichting en het organische karakter dat ontstaat door de lampen heel precies te programmeren. Ook de scenografie is geïnspireerd op de dubbele metaforen in het gedicht tussen technologie en natuur. Een greenscreen stelt een weide voor, en we maken een grote rivier van kabels. Als je erbij stilstaat, vind je in de technologie wel meer vergelijkingen met de natuur: denk maar de ‘cloud’.”

Vaak hebben jullie het over de ruimte zelf, over de machine van het theater.


Bosse: “We vertrekken altijd van de mogelijkheden van een theaterzaal. Vergelijk het met een prepared piano: in plaats van gewoon piano te spelen, brengen we elementen aan om te voelen hoe het instrument gebouwd is. Zo bepaalt de hoogte van de zaal hoe het lichtontwerp eruitziet. We werken ook vaak met rook, maar die gedraagt zich overal anders door de luchtcirculatiesystemen in de zalen. Of we plaatsen heuvels in de tribune, waar we soms een stuk van moeten afsnijden omdat er niet voldoende plaats is. Gelukkig hebben we een technieker die telkens met goede suggesties komt. Wat geeft deze zaal ons? Kunnen we er iets leuks mee doen? Die dingen omarmen we elke keer opnieuw, want meestal valt het dubbeltje de juiste kant op.
 

Uiteindelijk gaat ons werk telkens weer over aandacht, en specifiek over tijdsbeleving. Aandacht is een kostbaar goed, maar de versnippering en de vermarkting ervan beheerst ons dagelijks leven. Daarom trekken we de theaterzaal in: we kunnen er een ander soort aandachtsregime verkennen.”

Laura Van Severen