Column door Helena Elshout

Een kwartier wandelen van c o r s o, in de Jan Van Rijswijcklaan n° 82, op de hoek met de Markgravelei, is er een apotheek met op de gevel het logo van poeders ‘Dr Mann’. Die poeders waren razend populair in de tweede helft van de 20e eeuw. Het was een pijnstiller en opkikker, goed voor alle mogelijke fysieke en psychische kwalen, van hoofdpijn over tandpijn en reuma, tot hysterie, zwaarmoedigheid en slapeloosheid ... Een soort cocktail van Dafalgan, Red Bull en Valium. Ze werden massaal genomen, op de werkvloer en in het huishouden, vooral door vrouwen. Om zenuwslopende, repetitieve, betaalde en onbetaalde arbeid vol te houden. Om de dag door te komen. Om te kunnen blijven doorgaan, ook als het niet meer ging. Ze raakten verslaafd, en het overmatig gebruik veroorzaakte nierziekten. Op het hoogtepunt van het succes van de poeders, draaiden de nierdialyse-afdelingen in Stuivenberg en andere ziekenhuizen overuren.

Een kwartier wandelen van c o r s o, in de Jan Van Rijswijcklaan n° 82, op de hoek met de Markgravelei, is er een apotheek met op de gevel het logo van poeders ‘Dr Mann’. Die poeders waren razend populair in de tweede helft van de 20e eeuw. Het was een pijnstiller en opkikker, goed voor alle mogelijke fysieke en psychische kwalen, van hoofdpijn over tandpijn en reuma, tot hysterie, zwaarmoedigheid en slapeloosheid ... Een soort cocktail van Dafalgan, Red Bull en Valium. Ze werden massaal genomen, op de werkvloer en in het huishouden, vooral door vrouwen. Om zenuwslopende, repetitieve, betaalde en onbetaalde arbeid vol te houden. Om de dag door te komen.

Om te kunnen blijven doorgaan, ook als het niet meer ging. Ze raakten verslaafd, en het overmatig gebruik veroorzaakte nierziekten. Op het hoogtepunt van het succes van de poeders, draaiden de nierdialyse-afdelingen in Stuivenberg en andere ziekenhuizen overuren. 

Dr. Mann was de belangrijkste concurrent van Het Witte Kruis, dat poeders maakte met dezelfde samenstelling vanuit Sint-Niklaas. Van dat familiebedrijf ben ik een van de nazaten. Ik maakte een voorstelling over die erfenis. Over het succes en het geld, over de trots en de schaamte, over sterke vrouwen in mannenbastions, over bandwerk, over vrouwenlichamen, over verzwegen zieke nieren.  

Ondertussen groeide er een kind in mijn schoot. Het voelde en hoorde alles: opwarmen, discussiëren, lachen, vloeken, regelen. Na een lange repetitiedag in c o r s o uitgehongerd eten zoeken in de Driekoningenstraat en in slaap vallen in de studio boven een leeg cultuurhuis. Belastte ik hem met deze krachttoer, en met dit verhaal? Zag hij af van de premièrestress, of genoot hij van een spelende moeder? Bedreigde ik zijn band met de familie door te roeren in dat potje, of verbond ik het met een deel van zijn familiegeschiedenis? Terwijl die vragen door mijn hoofd gonsden, dwong het kind in mijn buik mij om vooral lichaam te zijn. Op scène staan is sowieso kwetsbaar, met een bolle buik is het dat nog meer. Je geeft jezelf bloot in een toestand van transitie, van onaf, in wording zijn. Het kind liet een blijvende afdruk na in mijn lichaam en in de voorstelling. De voorstelling en het kind groeiden samen, brein en buik, ze bevochten elkaar en dansten met elkaar. 

Ik schrijf deze tekst in de korte intervals tussen eten, pipi, kaka, tranen. Ik ontsnap naar een andere kamer, maar mijn borsten blijven communiceren met het kind: ze reageren op elk geluid, op elke beweging. Hij wriemelt, kirt, kreunt, krijst, knort, zucht. Zij kloppen, gloeien, zeuren, druppen, steken, trekken. Ze hangen vast aan mijn lijf maar behoren toe aan hem. De gulzigheid waarmee hij zich op mijn tepel stort. De vraatzucht waarmee ik de keukenkasten plunder. Ik word aangevallen. Opgegeten. Ik val aan. Ik vreet op. We overstelpen elkaar met kussen en beten, met strelingen en stampen. We hangen aan elkaar met geweld en liefde. Mijn tepels bloeden en er loopt een litteken dwars over mijn buik.  

Dat litteken kwam er doordat zijn harttonen tijdens de bevalling instabieler werden. De arbeid duurde lang. De weeën waren krachtig. Een epidurale, om door te kunnen gaan. De harttonen van het kind werden gemeten met een sensor op mijn buik. De verzamelde data liepen binnen op een centrale computer waar de medische staf ze in het oog hielden. Zagen ze ook dat ik diep mediteerde toen de harttonen van het kind vertraagden, en dat ik op andere momenten wild danste en gromde?  

Op de kraamafdeling passeerden elke dag zoveel nieuwe gezichten in mijn kamer dat ik er duizelig van werd – vroedvrouwen, poetsvrouwen, gynaecologen, kinderartsen, assistenten, stagiairs, kinesisten, maaltijdbevragers, maaltijdbezorgers, maaltijdopruimers. Ze bedienden karren, verrolbare laptops, kabels, weegschalen, meettoestellen. De vriendin die me lekkers bracht ter aanvulling van het ziekenhuiseten en mijn brakke lijf masseerde, werd op de vingers getikt – binnengeslopen buiten de bezoekuren? Ik kwam voor het eerst weer thuis in mijn vel, het vel waarop mijn kind nu ligt te slapen. Hij zal snel genoeg leren hoe wij mensen onze lichamen even graag voelen als vergeten. 

wo 6 mei | 20u

POWDER TO THE PEOPLE

Helena Elshout