Hoe dans je als je niet mag dansen? Het is de vraag die theatermaker Nastaran Razawi Khorasani zich stelt in haar meeslepende performance ‘This is not a dance'. In aanloop naar de unieke voorstelling duiken we samen met de Rotterdamse maker dieper in het verhaal achter en op het podium.

Hoe is This is not a dance ontstaan?
Nastaran: Het idee voor de performance ontstond vanuit een persoonlijke nieuwsgierigheid. Ik vroeg me af hoe mijn collega’s – dansers en choreografen in Iran – hun vak uitoefenen. Officieel is dansen er sinds de Islamitische Revolutie verboden en zijn er geen dansscholen. En toch wordt er gedanst. Hoe doen ze dat? Ik zocht contact met generatiegenoten, zowel in Iran als binnen de Iraanse diaspora en verwerkte hun persoonlijke verhalen in de voorstelling.
Onder welk genre valt de performance?
Nastaran: Ik noem het een documentaireperformance, net door die verhalen. De geluidsopnamen, videocalls, telefoongesprekken ... ik trek het allemaal integraal de voorstelling in. Ik stel me bij alles wat ik maak de vraag: hoe maak ik van persoonlijke verhalen nu betekenisvol theater? En hoe kan ik mijn podium zo goed mogelijk gebruiken? Naar mijn idee: door het te delen. Ik wil een stem geven aan mensen die dat niet hebben. In dit geval deel ik mijn podium met Iraanse dansers – maar sta ik wel solo op het toneel.
Mijn werk bestaat uit verschillende lagen. Eerst voer ik gesprekken met mensen, dat is de documentaire-laag. Vervolgens zet ik deze ontmoetingen in een theatrale ruimte om in een performance. Bij This is not a dance is er nog een derde laag: een dans maken zonder te dansen. Dan kom je al snel bij het topic censuur uit. Wat gezien en niet gezien mag worden.
Hoe ziet dat thema er op het podium uit?
Nastaran: Dat was een zoektocht met veel trial-and-error. Dat doe ik door mijn eigen proces te filmen en vele goede ogen in de zaal die met me meekijken. Ik heb me voor het thema laten inspireren door Iraanse filmmakers, die censuur moeten omzeilen. Het gaat daarbij niet alleen over de vrijheid van de maker zelf, maar ook die van de toeschouwer: wat mag die wel of niet zien? Als mijn lichaam op het toneel beweegt, gaat het licht uit en wordt het donker. Ik zal in de performance veel met licht werken om het gevoel van censuur tastbaarder te maken. Ik laat de ruimte als het ware bewegen door lampen en licht.

Deze voorstelling is aan een tweede herneming toe sinds de première in 2023: waarom?
Nastaran: Ik voelde dat het verhaal nog meer verteld en gehoord moest worden. Ik speelde This is not a dance al eens in België tijdens mijn Nederlandse tournee, maar het is niet evident om als Nederlandse maker voet aan wal te krijgen in België. Dat de voorstelling daarbij op verschillende plekken in België te zien zal zijn, is een cadeau voor mij als maker...
...Elk podium trekt namelijk een eigen publiek, zelfs binnen één stad. Dat is perfect om het verhaal en de boodschap zo ver mogelijk te dragen.
Hoe belangrijk is het voor jou om een maatschappijkritische boodschap te brengen?
Nastaran: Dat is voor mij geen doel op zich. Mijn voorstellingen starten altijd vanuit een wens en poëzie, nooit vanuit een politiek standpunt. Ik benader de podiumkunsten op een poëtische manier, het begint bij een verlangen om te dansen. Dat dit onderwerp daarbij de maatschappijkritische kant uitgaat, is omdat ik een wens had om iets te zeggen. Niet op een harde, activistische manier, maar op mijn eigen kunstzinnige manier.
Hoelang werkte je aan This is not a dance?
Nastaran: Ik ben een trage maker. De eerste gesprekken voor deze voorstelling vonden al plaats in 2021. Ik verken in fases wat het onderwerp kan betekenen op het podium. Het eerste jaar spendeerde ik vooral achter mijn laptop met opzoekingswerk en veel gesprekken. Daaruit vloeide het eerste concept van de voorstelling. Als ik een documentaire of het echte leven breng, wil ik altijd eerst het vertrouwen winnen van de mensen die ik spreek. Daarmee koop ik natuurlijk ook wat tijd voor mezelf en het volledige proces. Sinds 2021 is er ook veel veranderd in Iran, dus dat nam ik ook mee in mijn research.
Je bent in je eigen stukken zowel maker als speler: is dat een moeilijke combinatie?
Nastaran: Het zijn inderdaad verschillende petten die ik opzet tijdens een productie. Net daarom gun ik mezelf ook veel tijd. Ik ga niet zo goed op deadlines (lacht). Ik heb ook veel tijd nodig om te reflecteren, om te begrijpen wat ik op het podium breng. En ik ben daarbij enorm kritisch voor mijn eigen werk. Dat vertraagt het proces, maar maakt het resultaat – naar mijn mening – beter. Er zijn natuurlijk makers die drie voorstellingen op een jaar brengen, en daar kan ik alleen maar veel respect en begrip voor opbrengen. Maar zo werk ik zelf niet. Omdat ik zelf op de vloer sta, vloeit het hele proces in elkaar over. Dan heb je soms wat afstand nodig om te begrijpen wat je aan het doen bent.

Hoe hard verschilt de performance vandaag ten opzichte van de première?
Nastaran: De boodschap blijft natuurlijk ongewijzigd. Ik heb ook niets aan de scènes veranderd. Maar een performance is elke keer anders. De magie zit ‘m net in de aanwezigheid op dat moment. Omdat ik de voorstelling al regelmatig speelde, heb ik me die woorden en bewegingen ook eigen gemaakt. Een maker groeit. Een voorstelling groeit. En je hebt altijd een publiek nodig om nog beter te begrijpen wat de scènes nu echt betekenen.
Welke boodschap wil je dat het publiek mee naar huis neemt?
Nastaran: Inspiratie. En daarin zie ik het verschil tussen een publiek in Europa of daarbuiten. Toen ik de performance speelde op het Indonesische eiland Java – een islamitisch eiland nota bene –, voelde ik dat het publiek mee ging in de euforie van de voorstelling. Ze voelde de passie van Iraanse makers die ik breng, de positieve noot: mensen kunnen nog dansen als ze (officieel) niet mogen dansen. Binnen Europa wordt er vaker gefocust op het feit dat het niet meer kan, het restrictieve gedeelte. Maar ik wil vooral dat vuur uitstralen, en ik hoop dat het publiek daardoor ook geïnspireerd geraakt – net zoals ik.
tekst: Zinnig

Nastaran Razawi Khorasani & Theater Rotterdam