Prijsbeest: vleselijk, grotesk theater

De makers, regisseur Ruth Bruyneel en componist Elisabeth De Loore, ontmoetten elkaar bijna 20 jaar geleden in het Conservatorium van Antwerpen. 

Voor hen een plek om hun technische competentie op punt te stellen, maar tegelijk een plek die ontbrak aan een belangrijke passie van het duo: theater. 

Bij alles wat Ruth maakt, kom je in een nieuwe wereld terecht
Elisabeth De Loore

Dit najaar verandert het podium van c o r s o in een huiveringwekkend decor. Prijsbeest (home is where the hurt is) – een gothic muziektheatervoorstelling over een koppel dat woont en werkt in een slachthuis – staat op 15 oktober voor het eerst op de planken. Maak je klaar voor een avond grillen en villen tussen de zingende violen en het bezielde gehakt. 

De makers, regisseur Ruth Bruyneel en componist Elisabeth De Loore, bezoeken c o r s o voor een gesprek over de voorstelling. Ruth is een kwartier te vroeg, Elisabeth een kwartier te laat, maar ze wandelen allebei even uitgelaten binnen. Een vrolijke begroeting met veel handgebaren volgt en ze slaan een praatje over de voorstelling die ze die avond moeten spelen. 

De weg naar de koffiemachine is al bekend terrein, want zowel Ruth als Elisabeth zijn vertrouwde gezichten bij c o r s o. Samen met Bas Van den Bogaert vormen ze het muziektheatercollectief Meurman & de Rudy. Ze stonden hier al eerder met hun voorstelling DEVICKY (wax the pain away). En hun nieuwe productie, Prijsbeest, gaat binnenkort bij c o r s o in première. 

Uit een ver muzikaal verleden 

Ze ontmoetten elkaar bijna 20 jaar geleden – Elisabeth achter de piano, Ruth met een viool – in het Conservatorium van Antwerpen. Voor hen een plek om hun technische competentie op punt te stellen, maar tegelijk een plek die ontbrak aan een belangrijke passie van het duo: theater. “Het was altijd mijn droom om theater en muziek op de een of andere manier te combineren”, vertelt Elisabeth. “Maar ik ben geen zangeres en al helemaal geen danser, dus musical was geen optie. Daarom was het conservatorium voor mij de meest logische stap.” 

Ruth wijzigde na een tijdje koers, omdat het strenge kader van het conservatorium, dat haar eerder opleidde tot uitvoerend kunstenaar en niet zozeer tot maker, niet bij haar paste. Ze richtte vervolgens haar peilen op theater. Eerst volgde ze de opleiding Theater- en Filmwetenschappen, in combinatie met Engels, aan de Antwerpse universiteit en later begon ze aan de toneelacademie in Maastricht. Toen ze uiteindelijk de voorstelling DEVICKY bedacht, ging ze op zoek naar een componist. “Ik wist nog niet zo goed waarom ik iemand zocht, maar ik voelde dat ik toch weer iets met muziek wilde doen”, zegt Ruth. En na een oproep op Facebook, die Elisabeth voorbij zag komen, werden de twee oude kennissen herenigd.

Over muziektheater en theatermuziek

Hoewel DEVICKY al erg muzikaal was, voelden Elisabeth en Ruth dat het nog muzikaler kon. “Vanuit die voorstelling is dan ook het verlangen ontstaan om muziek veel meer de kern van onze volgende creatie te maken”, vertelt Ruth, “en dat is wat we nu met Prijsbeest proberen.” Dat is niet zo’n vanzelfsprekend proces, vindt Elisabeth, want het vereist een nieuw soort taal. Het worden geen losse nummers, maar het is de bedoeling om tekst en muziek op elkaar te laten inhaken. Muziek begeleidt de scène niet zomaar, maar geeft mee inhoud aan het stuk. “Het voelt soms een beetje contra-intuïtief om op die manier te componeren, want je denkt toch snel in nummers. Maar we willen toewerken naar een geheel waarbij je de muziek nodig hebt om de scènes te begrijpen en omgekeerd.” Voor Ruth is het belangrijk om dat ook al tijdens de repetities te oefenen: “Soms repeteren we zonder tekst, puur beeldend. Dan probeert Elisabeth, live, van alles uit en zoekt ze vanuit de thema’s naar de juiste klanken.”

Die live muziek is tenslotte ook een belangrijk element voor het duo. Bij DEVICKY was het technisch nog niet mogelijk, maar bij Prijsbeest zetten ze er volop op in. Ook Ruth heeft de weg naar haar viool teruggevonden en neemt haar instrument mee het podium op: “Ik ben iets aan het herontdekken dat ik lang ben kwijt geweest. En nu denk ik vaak, ja, natuurlijk kom ik uit bij muziektheater.” Live spelen betekent alleen ook een risico: er kan hier en daar een foutje in kruipen. Door haar scholing dacht Elisabeth lang dat fouten uit den boze zijn. Maar intussen is de angst om de fout in te gaan verdwenen. Sterker nog: ze noemt het een cadeau. “Een fout is iets spannends waar je op het moment zelf iets mee moet doen”, stelt ze. “En dat onverwachte is iets wat muziek wel kan gebruiken”, voegt ze nog toe.

“Ik ben ook een veel betere muzikant geworden door theater”, merkt Elisabeth op. “Niet als technisch virtuoze, maar als iemand die het gevoelsmatige beter onder de knie heeft. Het gaat niet alleen over wat je als pianiste kan, maar je bent onderdeel van een verhaal dat je muzikaal mee vertelt. En dan speel je vrijer.” Bij het publiek brengt die muziek dikwijls ook van alles teweeg, hebben ze ervaren. Want veel mensen beginnen er achteraf over. “Dan voel je toch wat het effect van muziek kan zijn op een publiek. Dat het iets doet in de hele beleving van het stuk en dat het betekenisvol is”, zegt Ruth.

Een kindje van gehakt

Het idee voor Prijsbeest ontstond bij Bas – het derde lid van muziektheatercollectief Meurman & de Rudy – die een voorstelling rond een koppel in een slachthuis wilde maken. Maar hij wilde dat Ruth het stuk zou schrijven. “Dat vond ik eerst moeilijk, omdat het niet mijn idee was”, vertelt Ruth. “Maar dan begon ik erover na te denken. Over hoe dat koppel dag in, dag uit bezig is met vlees – de kwaliteit van het vlees, het doden van de dieren – en dat dat misschien wel een impact heeft op hun relatie. Ik verbeeld me dat ze na een tijd niet meer intiem kunnen zijn met elkaar op een manier die verdergaat dan elkaars lijf als vlees te beschouwen. Vlees waar ze afgemeten mee omgaan.” 

En dan komt er een kindje bij. Geen mensenkindje, maar ze rollen er eentje uit gehakt. Ruth vergelijkt het verhaal met dat van Frankenstein, een boek dat ze jaren geleden voor school heeft moeten lezen en dat haar toen erg geraakt heeft. “Frankenstein is jaren bezig met zijn wetenschap. Maar als zijn creatie er dan eindelijk is, weet hij niet wat hij ermee moet aanvangen. En zo wordt hij geconfronteerd met het vaderschap dat hij eigenlijk niet kan opbrengen.” Het is dus ook een verhaal over ouderschap en over de diepgaande impact die het krijgen van een kind kan hebben op een relatie. Een thema dat zowel voor Ruth als voor Elisabeth bijzonder actueel is. “Ik denk dat ik vooral op zoek ben naar thema’s die mij zelf erg raken”, vertelt Ruth. “Soms zit daar woede in en vaak een verlangen naar lelijk mogen zijn.” Maar ook andere delen van haar leven vindt Ruth in haar teksten terug. “Ik voel dat ook mijn eigen kinderen mijn teksten mee bepalen. Bijvoorbeeld in de toon of in de vragen die ze stellen. Er zit zelfs tekstmateriaal in Prijsbeest dat mijn kinderen letterlijk gezegd hebben”, vertelt ze. “Daardoor word ik ook nieuwsgierig naar de manier waarop mijn werk zal meegroeien met de leeftijd van mijn kinderen.” 

Vleselijke horror

Prijsbeest wordt een ‘gothic muziektheatervoorstelling’, een genre dat op zich al sprekend klinkt. “Ik heb een fascinatie voor het donkere”, zegt Ruth. “Dan bedoel ik niet zozeer de slasher film, maar eerder de body horror die draait rond het lichamelijke, het vleselijke, het sappige. Dat is ook een genre dat vandaag door heel wat vrouwelijke cineasten wordt toegeëigend. Het is een soort horror waarbij je moeilijker kunt vatten waar je angstig voor bent. Het is ijler. Vaak gaat horror ook gewoon over waar je zelf bang voor bent en dat maakt het zo’n interessant genre.” En precies dat gaan ze proberen op scène te brengen. Al zal de vertaling van het horrorgenre naar theater niet gemakkelijk zijn, vermoedt Ruth. 

Die horror manifesteert zich niet alleen op narratief vlak, maar ook in de beeldtaal. En natuurlijk in het geluid. Elisabeth daagt zichzelf uit en slaat niet het voor de hand liggende pad in van de diepe tonen en de griezelige melodieën, maar gaat elders op zoek naar het akelige. “Ik probeer van alles uit. Ik gebruik bevreemdende akkoorden, stemmetjes of klanken die je niet echt thuis kunt brengen.” Het zijn niet noodzakelijk geluiden die op zichzelf eng zijn, maar die wel in combinatie met elkaar en in het kader van de gehele voorstelling schrik kunnen aanjagen. “Het is eigenlijk net als clowns die horror doen. Een clown op zich is niet per se eng, maar als je die in de juiste context ziet, kan die verschrikkelijk beangstigend zijn.” 

Als Ruth en Elisabeth bezig zijn, ontstaat er als het ware een universum op het podium. “Bij alles wat Ruth maakt, kom je in een nieuwe wereld terecht”, stelt Elisabeth. “Het is een wereld die je eigenlijk niet kent, maar waar je wel herkenbare dingen in kunt vinden.” Bij DEVICKY was dat de waxsalon-baarmoeder, bij Prijsbeest wordt dat het slachthuis. Het creëren van dat universum is essentieel voor Ruth. Met een nadruk op lelijkheid en rare vormen geeft het kader steeds veel kleur en spanning. En het heeft ook invloed op de speelstijl. “Er moet wat gebeuren in het lijf, in het gezicht. De dingen moeten worden uitvergroot. En dat komt vooral pas tot stand op scène”, zegt Ruth. “Ik wil niet dat er realistisch gespeeld wordt, maar ik neig naar het groteske.”

Wanneer ga je weg?

Elisabeth en Ruth hopen een verhaal neer te zetten dat vooral niet zwart-wit is. Een verhaal dat de zogezegde maakbaarheid van het leven uitdaagt en dat het menselijke niet uit het oog verliest. “Ik denk dat we vooral hopen dat de mensen die komen kijken op de een of andere manier herkenbaarheid vinden in het stuk. En dat ze zich begrepen voelen”, zegt Elisabeth. “We zien twee mensen die proberen tot elkaar te komen, maar daar misschien niet helemaal in slagen”, vertelt Ruth. “Wanneer ga je weg? Op die vraag is geen goed of slecht antwoord. Er zit verdriet en rouw in weggaan, maar in rouw zit volgens mij ook veel schoonheid. Een relatie die ten einde loopt hoeft niet mislukt te zijn. En misschien betekent weggaan ook dat je zo dichter bij jezelf kan komen.” 

Ze staan op. Buiten schijnt de zon en Ruth en Elisabeth hebben voor de voorstelling van vanavond nog eventjes de tijd om een luchtje te scheppen. De deur gaat open en ze wandelen met twee de frisse lucht in.

tekst Julie Schmeits | foto's c o r s o