
Twee jaar na ‘Rumi Passion’ keert componist Osama Abdulrasol op 22 oktober terug naar c o r s o met ‘Rumi the Outsider’, een muziektheatervoorstelling waarin muziek, dans en video samenvloeien.
Centraal staat één vraag: wat betekent het om een outsider te zijn? Abdulrasol laat zich daarvoor opnieuw inspireren door het werk van de Perzische dichter en soefi-mysticus Rumi.
Van de vorige voorstelling zal ik nooit vergeten hoe geraakt de mensen achteraf waren.Osama Abdulrasol
Hoe kijk je terug op ‘Rumi Passion’?
‘Rumi Passion’ was een ongelooflijke reis: het was een groot succes en ik kreeg na de voorstellingen vaak erg emotionele reacties van het publiek. Het was de eerste keer dat ik muziek op een traditionele manier componeerde. Daarvoor ging ik terug naar mijn roots in Irak. Ik vind het fijn om telkens weer op muzikale ontdekking te gaan. De afgelopen jaren schreef ik muziek voor film, componeerde ik een opera, werkte ik samen met het Brussels Jazz Orchestra en speelde ik op plekken over de hele wereld.
Op 22 oktober staat ‘Rumi the Outsider’ in c o r s o. Hoe verschilt deze voorstelling van ‘Rumi Passion’?
In ‘Rumi Passion’ schetsten we een breed beeld van de Perzische dichter en soefi-mysticus Rumi. In de nieuwe voorstelling ga ik dieper in op het idee van de outsider. Het wordt een hedendaagse ode aan Rumi’s tijdloze gedachtegoed: dat de zoektocht, hoe eenzaam soms ook, een weg kan openen naar een diepere ontmoeting met de ander.
Waarom focus je op de outsider?
Rumi was zelf een outsider. Hij werd geboren in het huidige Afghanistan en trok later met zijn familie naar Turkije. Toen zijn vader, die priester was, jong stierf, nam Rumi op 37-jarige leeftijd zijn taken over. ‘Rumi’ betekent letterlijk: de buitenlander, de vreemdeling. Het is een herkenbaar gevoel: iedereen is weleens een outsider in het leven. Je kan vrienden hebben in een andere stad, maar zodra je daar bent, merk je toch: je hoort er niet helemaal bij. Zelf ken ik dat gevoel natuurlijk ook. Ik kwam van Irak naar België om een nieuw leven op te bouwen. Ik heb hier veel vrienden, van allerlei nationaliteiten, maar ergens blijf je altijd een beetje een buitenstaander.
Hoe ging Rumi daarmee om?
Zijn leven veranderde toen een 64-jarige man, Shams-e Tabrizi, plots op hem afstapte en hem existentiële vragen begon te stellen. Rumi was compleet verbouwereerd. Waarom heb ik hier nooit eerder over nagedacht, vroeg hij zich af. Ze werden de beste vrienden. Maar doordat Rumi steeds meer tijd doorbracht met zijn mysterieuze leermeester, voelde zijn gemeenschap zich verwaarloosd. Shams werd uiteindelijk verjaagd of vermoord. Dat verlies had een enorme impact op Rumi en werd een belangrijke inspiratiebron in zijn werk.
Wat mogen mensen verwachten van de voorstelling?
Een combinatie van muziek, dans en videokunst. De twee dansers reageren op de geprojecteerde beelden: één danser beweegt meer mysterieus en spiritueel, de andere hedendaagser. Dat contrast vind ik erg mooi. De videokunst wordt deels met AI gegenereerd. Daarnaast is er natuurlijk muziek. Ik bespeel de qanun, de oed en de guqin, een Chinees instrument dat ik voor het eerst live op een podium zal spelen. De andere muzikanten zingen en bespelen verschillende instrumenten. Samen vormen ze bijna een soort koor.
Jij componeert de muziek. Hoe begin je daaraan?
Ik had ooit een leraar chemie die me advies gaf dat mijn leven veranderde. Hij zei: in chemie ga je nooit van A naar B. Je begint bij het eindpunt en zoekt van daaruit de weg terug. Zo componeer ik ook. Ik creëer eerst de grote lijnen van het verhaal: het begin, het einde en de spanningsboog. Daarna begin ik muziek te schrijven. Componeren blijft altijd een ontdekkingstocht. Je begint ergens, maar je weet niet altijd waar je uitkomt. Ik ken de muzikanten heel goed en weet wat ze kunnen. Dat helpt bij het schrijven. Soms is de muziek eenvoudig, soms wat complexer, zodat de virtuositeit van de muzikanten zichtbaar wordt. De voorstelling volgt Rumi’s reis van Afghanistan naar Turkije. Onderweg verwerk ik subtiel muzikale invloeden uit de regio’s die hij doorkruiste.
Je vertelde al hoe emotioneel het publiek werd van de vorige voorstelling. Hoe komt dat, denk je?
Van de vorige voorstelling zal ik inderdaad nooit vergeten hoe geraakt de mensen achteraf waren. Vaak waren het net de meest eenvoudige melodieën die het sterkst binnenkwamen. De relatie tussen Rumi en zijn leermeester doet me denken aan de band met mijn oudere broer, die overleden is en van wie ik als kind veel geleerd heb. Toen ik de eerste voorstelling componeerde, dacht ik vaak aan hem. Misschien hebben mensen dat ergens gevoeld.
Moeten mensen weten wie Rumi is als ze naar de voorstelling komen?
Voorkennis is niet nodig om van de voorstelling te genieten, al kan ik zijn prachtige teksten natuurlijk aanraden. Ik vind het mooi als mensen zonder verwachtingen komen kijken en luisteren. Dan word je actiever als toeschouwer, dan ga je mee op reis. Vaak is het publiek in het begin van de voorstelling vooral met het hoofd aanwezig. Als we erin slagen om ze meer met het hart te laten genieten, dan is de voorstelling voor mij geslaagd.
Je groeide op in Irak. Hoe heb jij muziek geleerd?
Ik kom uit een religieuze familie waarin muziek verboden was. Daarom heb ik mezelf in het geheim muziek geleerd, via boeken, een cassettespeler en een radio. Stiekem luisterde ik door het geruis heen naar BBC World. Zou dit een viool zijn, vroeg ik me af. Ik had geen enkel referentiepunt. Op een dag trok ik naar Bagdad om in een muziekwinkel te vragen wat jazz eigenlijk was, want ik had dat woord op de radio gehoord. De uitbater zette een cassette op en ik werd van mijn sokken geblazen. Die akkoorden, die harmonieën… een wereld ging open. Ik ben die muziek altijd blijven onthouden, zonder te weten welke artiest het was. Pas jaren later ontdekte ik tijdens een soundcheck in België dat ik toen naar Toots Thielemans had geluisterd.
Heeft die brede luisterervaring jouw kijk op muziek gevormd?
Zeker. In mijn jeugd hoorde ik allerlei muziek door elkaar, zonder te weten dat er stijlen of genres bestonden. Daar doe ik tot op de dag van vandaag mijn voordeel mee. Goede muziek is goede muziek. Voor mij is dat het enige label dat telt.
Wat is voor jou dan de beste muziek?
Voordat ik naar België kwam, heb ik oorlog en trauma meegemaakt in Irak. Die beelden blijven in mijn hoofd zitten. Toen ik de muziek van de Argentijnse bandoneonspeler Dino Saluzzi hoorde, werd het voor de eerste keer stil in mijn hoofd. Ik heb al ontelbare keren naar zijn album ‘Cité de la Musique’ geluisterd en nog elke keer heeft die muziek hetzelfde effect. Als ‘Rumi, the Outsider’ iets van die rust of troost kan oproepen bij het publiek, zou dat voor mij het mooiste zijn.
Tekst Igor Daems | Foto Karolina Maruszak
