Niemand is perfect, toch kunnen we vaak meer dan we denken. Zeker als we het samen doen. Dansers Benjamin Vandewalle en Veronique Mees verkennen hun eigen mogelijkheden. Wat gebeurt er als hun lichamen samenkomen? In hun persoonlijke dansvoorstelling Ben & Vero laten ze zien hoe krachtig het is om jezelf te tonen, tot in je diepste kwetsbaarheid.

Waar gaat jullie voorstelling over?
Benjamin: In mijn eerdere voorstellingen onderzocht ik vaak wat buiten mij ligt: hoe mensen kijken, hoe een publiek deel wordt van een dans en hoe bepalend de omgeving is. Deze keer wilden we niet uitzoomen, maar inzoomen op onszelf. Ben & Vero gaat over twee lichamen met elk een heel andere geschiedenis en achtergrond. Wat gebeurt er als die elkaar ontmoeten? Onze kleine wereld op het podium weerspiegelt de grote wereld daarbuiten.
Veronique: Het is niet alleen een ontmoeting van twee lichamen, maar van twee mensen, en wat er speelt in hun leven. We verkennen onze beperkingen waarop we botsen, van onszelf en van elkaar. Ik leef met de gevolgen van een beperking. Maar ook Benjamin heeft zijn uitdagingen. We brengen onze mogelijkheden en beperkingen samen.
Hoe hebben jullie elkaar gevonden?
Veronique: Benjamin maakte ooit een stuk voor Platform K, mijn danscompagnie voor mensen met een beperking. Toen al voelden we een klik. Zo groeide het verlangen om samen iets te maken. We deden samen een residentie en voelden dat we veel raakvlakken hadden. Dat onze lichamen als een puzzel in elkaar klikten.
Benjamin: We kennen elkaar al zeker tien jaar. Tijdens een auditie danste ik met Vero. Ik voelde bij haar een enorme honger naar beweging, om er voluit voor te gaan. Iets met veel kracht, waarbij je je spieren opspant en maximaal gebruikt. Tegelijkertijd trok ook het onbekende me aan. Een uitdaging van mijn esthetische kaders en normen, van wat goede en geen goede dans is.

Wat is dat precies: goede en minder goede dans?
Benjamin: Als je een dansopleiding volgt, leer je dat alles vloeiend moet zijn. Je moet je benen op een bepaalde hoogte brengen, zacht naar de grond toe kunnen, snel bewegen… Als je danst met iemand met een beperking, worden al die klassieke regels uitgedaagd. We moeten samen een volledig nieuwe danstaal ontwikkelen.
Veronique: We geven veel ruimte aan elkaars beperkingen, maar ook hoe we elkaar daarin aanvullen. Het gaat echt over ons twee, hoe we met onze lichamen samen iets moois kunnen brengen.
Als jullie de definitie van dans openbreken, wordt een beperking misschien een verrijking?
Benjamin: Absoluut. Ik denk dat Veronique iets op scène brengt wat ik met mijn getraind lichaam zelf niet kan. In haar bewegingen zit een pure, authentieke aanwezigheid met poëzie en schoonheid die mensen diep raakt. Daar kan ik niet aan tippen.
Veronique: We zoeken voortdurend hoe we nieuwe dingen kunnen proberen en een stapje verdergaan. Ik klim op een muur, ik til Benjamin op, ik dans zelfs op pointes ... Door mijn eigen grenzen te verleggen, merk ik dat ik veel meer kan dan ik dacht, en dat mijn lichaam sterker is dan ik besefte. Dat is een heel leuke ontdekking.
Benjamin: Vero vertelde me dat ze tijdens haar jeugd vaak te horen kreeg: ‘doe maar rustig aan, niet te zot.’ Boven op haar fysieke beperking kwam dus nog een sociale beperking. Net die grenzen willen we doorbreken. We kunnen veel meer dan we denken.

De rolstoel van Veronique maakt haar beperkingen zichtbaar. Hoe zit dit bij jou?
Benjamin: Sommige beperkingen zie je niet. Zelf worstel ik met depressieve gevoelens. Ik heb daar nog niet vaak openlijk over gesproken,
maar in deze voorstelling doe ik dat wel, via een voice-over. Best spannend om zoiets persoonlijks te delen op het podium. Maar ook belangrijk. Het maakt ons gelijkwaardig op scène: we hebben allebei onze uitdagingen. Het nodigt het publiek uit om ook eerlijk te zijn over hoe zij zich voelen.
Veronique: Net daarom vind ik die wisselwerking tussen ons zo interessant. In voorstellingen met iemand met een beperking gaat het vaak enkel om die persoon. Maar ons stuk gaat over ons allebei. Dat maakt het veel sterker. Iedereen worstelt wel ergens mee. Maar je bent veel méér dan je beperking, je kan er ook bovenuit groeien.
Jullie gaan behoorlijk ver in het overstijgen van die beperkingen.
Benjamin: We nemen de tijd om te ontdekken wie we zijn, en welke identiteiten we in ons meedragen. Daarin gaan we inderdaad heel ver. Vero danst op pointes, ik op stiletto’s. Dat is iets waar ik altijd al nieuwsgierig naar was, maar nooit durfde. Op hakken kan ik mijn innerlijke vrouw eens helemaal laten spreken.
Veronique: Het kan een onbewust verlangen zijn van ons allebei om eens in een andere huid te kruipen. Om een rol te spelen die je diep vanbinnen misschien altijd al hebt willen proberen. Ik vind het fijn dat niet alleen ik, maar ook Benjamin dit heeft. Het doet ook deugd om nieuwe kanten van mezelf te ontdekken, om me anders uit te drukken, en tegelijk als klankbord iets te kunnen betekenen voor anderen. Dat zijn waardevolle dingen die mij erg helpen.
Vaak vinden mensen het ongemakkelijk om te kijken naar iemand met een beperking. Dan kijken ze liever weg. Maar in de zaal kan dat natuurlijk niet.
Veronique: Door te dansen op het podium wil ik mensen laten voelen dat wat ze bij me zien, niet altijd mijn hele verhaal is. Vaak denken mensen dat iemand met een beperking maar weinig kan. Dat beeld proberen we te doorbreken. We nodigen het publiek uit om anders te kijken naar mensen met een beperking. Want eigenlijk zijn wij ook maar gewoon mensen, zoals iedereen.
Benjamin: Theater is een soort contract van kijken en bekeken worden. Dat is zeker het geval in deze voorstelling. We nodigen het publiek uit om te kijken naar andere lichamen, die misschien wat anders zijn dan die van henzelf, of dan wat ze gewend zijn. Ik merkte dat ik in het begin ook zelf met onbewuste vooroordelen zat. Gaandeweg heb ik die leren loslaten. Dat was een heel leerproces.

Op welke manier?
Benjamin: Ik ben me ervan bewust geworden — en dat geldt ook voor anderen die bij de creatie betrokken zijn — dat we niet altijd zonder oordeel zijn. Onbewust gaan we ervan uit dat Vero ons een uitleg schuldig is, over wat ze heeft meegemaakt, hoe haar leven in elkaar zit. We vinden het ‘normaal’ dat ze ons dit uitlegt. Maar stel dat mensen mij de hele tijd zouden vragen waarom mijn haar blond is, dan zou ik ook denken dat ik mezelf toch niet steeds hoef te verantwoorden?
Veronique: Daarom gaat de voorstelling niet zozeer over onze beperkingen, maar over onze verbinding. Veel thema’s die we aanraken, zijn herkenbaar voor iedereen. Ze gaan over het gewone leven en tonen dat ik naast die beperking gewoon een vrouw ben als alle andere.
Benjamin: Dat is iets wat ik zelf heb leren begrijpen. Ook al wil je het niet, onbewust leek het in het begin alsof ik Vero onderschatte. Soms zeggen mensen mij: ‘wat mooi dat je haar een kans geeft om te dansen’. Dat is goed bedoeld, maar er zit wel een vorm van betutteling in. Vero staat al lang op het podium, zij is een ervaren professionele danseres. Toch blijft er een veronderstelling dat zij ‘gered’ moet worden. Het zegt veel over hoe we naar mensen met een beperking kijken.
Hoe ga je zelf om met die voortdurende betutteling?
Veronique: In het begin vond ik dat moeilijk. Maar op het podium heb ik geleerd om die blik om te draaien. Als mensen naar je kijken op de scène, geef je toch een zekere boodschap door. Dans is een krachtig hulpmiddel om hiermee om te gaan.
Het zegt veel over hoe we naar mensen met een beperking kijken.Benjamin Vandewalle
Wat vaak terugkomt in je stukken, is eenvoud.
Benjamin: We proberen alles terug te brengen tot de essentie: verbinding en authenticiteit. Die eenvoud voel je zelfs in de titel: Ben & Vero. We verkondigen geen grote theorieën of complexe vragen, we tonen gewoon wie we zijn en wat we samen kunnen, wij twee.
Ook het decor is bewust eenvoudig. Hoe kwamen jullie daarop?
Benjamin: Tijdens een eerste testresidentie begonnen we te repeteren op een bank tegen een muur, omdat die wat steun gaf. Vero beweegt zich normaal in een rolstoel, ze heeft dus hulpmiddelen nodig om zich door de wereld te verplaatsen. Dat werd het uitgangspunt van de scenografie: een muur en een bank waar je tegen kan leunen, op kan klimmen of mee kan spelen. Zo kan Vero uit haar rolstoel en haar benen vrijmaken. De muur wordt een klimmuur waarop we samen nieuwe lijnen creëren die anders niet mogelijk zouden zijn.
Veronique: Dat bracht ons tot nieuwe vragen. Hoe kan je met hulp van een muur of bank je eigen danstaal sterker maken? Als je verticaal speelt, is het toch weer anders dan horizontaal op het podium.
Benjamin: De muur ondersteunt niet alleen onze bewegingen. Hij wordt ook één groot tableau waarop we tekenen. Op een bepaald moment verschijnt er zelfs tekst op. Zo krijgt de muur doorheen de voorstelling verschillende gedaantewisselingen en betekenissen.

Er zijn veel lagen in het stuk. Wat hopen jullie dat het publiek meeneemt?
Veronique: Dat mensen voelen dat we uiteindelijk allemaal met elkaar verbonden zijn, met of zonder beperking. Iedereen heeft zijn eigen uitdagingen, maar ook zijn dromen en ambities. Ik hoop dat het publiek hiernaar kan kijken met een nieuwe, open blik.
Benjamin: Ik hou niet zo van het idee dat een voorstelling per se een boodschap moet uitdragen. Maar ze kan wel een uitnodiging zijn om zo dicht mogelijk bij je eigen waarheid te komen: wat voel je écht? Om dan te delen met wat in je leeft, en daarbij de kracht en schoonheid van echte verbinding ervaart. Dat kan heel voedend zijn. Het stuk is voor mij een viering van het mens-zijn, in al zijn kwetsbaarheid.
Veronique: En het is ook gewoon een heel mooi stuk. Er zitten boodschappen in waar mensen iets mee zijn, en die je aan het denken zetten. Maar het is ook prachtig om te zien wat er gebeurt wanneer twee lichamen elkaar echt ontmoeten, wat ze samen kunnen en hoe ze elkaar versterken.
tekst: Cédric Raskin | Parlevink

Benjamin Vandewalle